Rapport haalbaarheidsstudie Vlaamse metadata-aggregator gepubliceerd

Schematische voorstelling aggregatie

Het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) van de Vlaamse overheid heeft het eindrapport gepubliceerd van een haalbaarheidsstudie voor het opzetten van een Vlaamse horizontale, cross-sectorale metadata aggregator voor digitaal cultureel erfgoed. De studie werd in opdracht van CJSM uitgevoerd door de onderzoeksgroepen SMIT en Multimedia Lab van respectievelijk de Vrije Universiteit Brussel. en de Universiteit Gent. De Vlaamse Erfgoedbibliotheek maakte deel uit van de stuurgroep.

Een aggregator is in deze context een metadata-harvester (oogstmachine) die, op basis van internationale standaarden, cross-sectoraal uit diverse erfgoeddatabanken metadata over digitale of/en gedigitaliseerde ‘objecten’ verzamelt (incl. thumbnails van die objecten), duurzaam opslaat en uitwisselt. Deze harvester moet op zijn beurt zelf geharvest kunnen worden door andere harvesters, in de eerste plaats door Europeana maar zeker ook door andere soortgelijke platformen. De metadata op het harvestingplatform functioneert als pointer (aanknopingspunt) voor het object dat zich elders bevindt. Het legt op een duurzame en persistente wijze een link naar het digitale object in de webdatabank van de dataleverancier (content provider).

Aan de hand van voorstudies (literatuur, casestudies en Europeana-gerelateerde initiatieven) onderzocht men een aantal modellen en scenario’s op de technisch-functionele vereisten, metadata en organisatorische eisen. Kostprijs en duurzaamheid werden meegenomen in het onderzoek. Naast de haalbaarheid van de te onderzoeken scenario’s is er ook op de effecten en meerwaarde van dergelijke harvestingsystemen gefocust, om het draagvlak te vergroten.

Het rapport concludeert dat een 'nationale' metadata-aggregator voor Vlaanderen wenselijk en haalbaar is. Zo'n systeem kan het digitaal erfgoed in Vlaanderen duurzaam verbinden en ontsluiten en zorgen voor een bredere bekendmaking van het Vlaamse (digitale) cultureel erfgoed in Vlaanderen en daarbuiten, onder andere door het aanleveren van metadata aan Europeana.

Ontbrekende voorwaarden

Om de aggregator te kunnen realiseren moet echter eerst aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Bij beleidsmakers en culturele instellingen moet het belang van digitalisering als maatschappelijke tendens en culturele transformatie worden onderkend. E-cultuur was lange tijd geen prioriteit in het Vlaamse beleid en wordt nog altijd te veel gezien als een technologische aanpassing en te weinig als een cultuuromslag. De aggregator zou moeten worden ingebed in een visionair e-cultuurbeleid en vraagt (vanwege de kosten en inspanningen) om een sterke beleidsmatige en financiële ondersteuning vanuit de overheid.

Ten tweede moet, om aggregatie mogelijk te maken, het cultureel erfgoed op een systematische wijze zijn gedigitaliseerd. In Vlaanderen is er nog altijd geen grootschalig digitaliseringsprogramma en hoewel al een groot deel van het cultureel erfgoed werd gedigitaliseerd, moet er nog veel gebeuren.

Verdere aandachtspunten

Bij het organiseren van een nationale metadata-aggregator moet er voldoende aandacht zijn voor duurzaamheid op technisch, inhoudelijk, maatschappelijk en economisch vlak. Metadatastandaarden zijn voortdurend in ontwikkeling. Tussen (maar ook binnen) sectoren bestaan belangrijke verschillen op inhoudelijk vlak (bijv. thesauri) en beschrijvingen zijn onderhevig aan 'slijtage' doordat de betekenisgeving en waardering van cultureel erfgoed evolueert met de tijd. De grote inspanningen en investeringen die nodig zijn voor het digitaliseren en aggregeren van cultureel erfgoed vragen om afwegingen rond economische duurzaamheid (wie zal dat blijven betalen?) en maatschappelijke verantwoordelijkheid (is het relevant?).

Het rapport vraagt verder nog om aandacht voor de moeilijkheden die cross-sectorale samenwerkingsverbanden met zich meebrengen, voor een sterk projectmanagement, voor de problematiek van het auteursrecht, voor bemiddeling (via een Vlaamse 'digitaliserings- en aggregatieinstituut'), voor de ontwikkeling van ICT-competenties, en voor de praktische moeilijkheden van erfgoedinstellingen om aan te sluiten op platformen. Tenslotte zou er voldoende budgettaire ruimte moeten komen en zou een specifieke subsidielijn moeten worden uitgetekend voor projecten rond e-cultuur.

Doelgroepgerichte dienstverlening

Op lange termijn zal een nationale aggregator alleen succesvol zijn als hij de juiste dienstverlening aanbiedt aan de verschillende doelgroepen. De cultureel erfgoed- en kunstensector lijken vooral gediend te zijn met een digitaliseringsprogramma, expertise rond ICT, collectieve licentieovereenkomsten, en de mogelijkheid om via aggregatie hun metadata te verrijken en te koppelen via linked data-technieken. Vergroting van de naamsbekendheid door deelname aan digitalisering- en aggregatie-initiatieven en toename van het fysieke bezoek, en de aanwezigheid van een toegankelijke, voor bezoekers inspirerende portaalsite maken deelname aantrekkelijk.

Het onderwijs zou dankzij aggregatie content gemakkelijker moeten kunnen integreren in de lessen. Om meerwaarde te bieden voor het onderwijs is het ontwikkelen en aanbieden van educatieve pakketten en nieuwe methodes voor de digitale leeromgeving een must. In een wetenschappelijke wereld die steeds meer interdisciplinair te werk gaat, past een aggregatie-instrument dat objectinformatie verbindt en de toegang tot studiemateriaal vergemakkelijkt. De creatieve industrie is vragende partij voor allerlei (mobiele) toepassingen voor geaggregeerde content, bijvoorbeeld in het kader van toerisme. Voor de individuele gebruiker moet er een platform voor gratis diensten zijn, naar believen aan te vullen met betalende toepassingen. De overheid moet via een aggregatieplatform e-cultuur kunnen ondersteunen en voor een breed publiek zichtbaar maken.

De oplossing

Het rapport spreekt zijn voorkeur uit voor het oprichten van een digitaliserings- en aggregatie-instituut binnen een genetwerkte, gedecentraliseerde cultureel erfgoedssector. In het eenvoudigste model wordt alleen erfgoeddata geaggregeerd voor toelevering aan Europeana. Dit is echter zeer beperkt qua dienstverlening en daardoor kan de duurzaamheid ervan gemakkelijk in vraag worden getrokken.

Een complexer model voorziet in een uitgebreide technische dienstverlening, met een rijkdom aan invoer- en exportmodules, metadataformaten en navenante toepassingen: mogelijkheden om datasets visueel te 'mappen', het publiceren van de gegevens in Linked Open Data-formaat of als RSS-feeds, een recommendation service, de mogelijkheid om metadata te verrijken en een koppeling met langetermijnarchivering. Als bijkomende diensten kan worden gedacht aan een digitaliseringsprogramma en het afsluiten van collectieve licentieovereenkomsten namens de deelnemende organisaties.

Zo'n dienstverlening vraagt om de oprichting van een specifieke organisatie, al dan niet vanuit een bestaand instituut in de sector, en afstemming met lopende initiatieven op dit vlak (Archipel, Erfgoedplus, Vlaanderen in Beeld, ICIS). Mede gezien de in het rapport genoemde prijskaartjes is structurele financiële en beleidsmatige ondersteuning van de overheid onontbeerlijk.

Een gefaseerde invoering is wenselijk, zodat een eerste versie van het systeem al kan beginnen met content aan Europeana door te geven. Maar afgaand op het organisatorisch stappenplan mogen we zo'n eerste fase toch niet te verwachten voor 2014...

Het rapport is opgenomen in ons documentatieoverzicht.

  • Nieuwsbericht
  • |
  • 14-03-2011
  • |
  • David Coppoolse (Vlaamse Erfgoedbibliotheken)