Tentoonstelling 'Gedoopt: vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland'

Wederdopers lopen naakt door Amsterdam, 1535

Van 23 februari tot en met 15 mei 2011 is bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam de tentoonstelling Gedoopt: vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland te zien.

De geschiedenis van een invloedrijke minderheid

Gedoopt gaat over de lange en bewogen geschiedenis van de doopsgezinde geloofsgemeenschap in Nederland. De tentoonstelling laat op een hedendaagse manier zien hoe een relatief kleine groep grote invloed heeft gehad op de Nederlandse samenleving. Dit wordt in beeld gebracht met topstukken uit de belangrijkste collectie op dit gebied ter wereld. Deze bevindt zich bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam als bruikleen van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam.

De tentoonstelling brengt de doopsgezinde geschiedenis in beeld met unieke boeken, handschriften, brieven, prenten en schilderijen. De eigen collectie wordt aangevuld met belangrijke bruiklenen. Niet eerder waren zoveel doopsgezinde topstukken te zien in één tentoonstelling. Zo zijn er schilderijen van Govert Flinck, Jan Lievens, Cornelis Springer, Jan Mankes en Edgar Fernhout, en verder onder meer de enige bewaard gebleven brief van Menno Simons, etsen van Rembrandt, een nooit verstuurde brief van Multatuli en een huwelijksgedicht van Aagje Deken.

Geen dogma’s of groepsdwang

Doopsgezinden – naar hun leider Menno Simons ook wel mennonieten genoemd – laten zich op volwassen leeftijd dopen en kennen geen centraal kerkelijk gezag. Kenmerkend voor hun geloofsovertuiging is ook de zelfstandig denkende geest, die zich niet laat insnoeren door dogma’s of groepsdwang. Enkele doopsgezinde, nog altijd actuele kernwaarden zijn tolerantie, eigen verantwoordelijkheid en pacifisme.

Aanvankelijk werden doopsgezinden zwaar vervolgd, maar gaandeweg wisten zij een grote invloed uit te oefenen op de Nederlandse samenleving. Zo maakten Joost van den Vondel, Pieter Langendijk en Aagje Deken furore als schrijver. Jan van der Heyden vond de brandslang uit en Cornelis Lely sloot de Zuiderzee af. Pieter Teyler van der Hulst stond aan de basis van Teylers Museum in Haarlem en zonder Christiaan Pieter van Eeghen had Amsterdam geen Rijksmuseum en Vondelpark gehad.

De tentoonstelling

De geschiedenis van de doopsgezinden in Nederland wordt verteld aan de hand van de persoonlijke verhalen van ruim veertig doopsgezinden uit vijf eeuwen. Samen schetsen zij de achtergrond van hun geloofsgroep en belichten tegelijkertijd vanuit een verrassend perspectief vijf eeuwen Nederlandse cultuurgeschiedenis.

Meer informatie vindt u op de website van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Details
Datum 
23-02-2011 - 15-05-2011
  • Agendabericht
  • |
  • 01-02-2011
  • |
  • David Coppoolse (Vlaamse Erfgoedbibliotheken)