Afwegingen vooraf

Directe of indirecte vragen?

Direct betekent dat je aan de hand van rechtstreekse vragen (bv. zoals je die in het waarderingsrooster terugvindt) de bepaalde criteria in het rooster gaat onderzoeken. Soms zijn die vragen nogal abstract voor bepaalde groepen belanghebbenden. In zo'n gevallen werk je beter met indirecte vragen.

In plaats van ‘Hoe beïnvloedt het bestaan van deze collectie jouw persoonlijke identiteit’ (sociale waarde) kan je indirect peilen naar deze waarde door de belanghebbenden te laten nadenken over welke impact het op hen zou hebben indien de collectie door een ramp verloren zou gaan.

Beide technieken hebben hun voor- en nadelen, die je in functie van je doelgroep tegenover elkaar moet afwegen. De tabel zet deze alvast op een rijtje: 

DIRECT

INDIRECT

Meer controle en gestructureerd

Minder kans op afdwalen

Minder kans op criterium over het hoofd zien

Haalbaar voor grote groepen

Werk zit in de voorbereiding

Laagdrempelig en informeler

Ruimte voor aspecten die je zelf niet voorzien had

Levert veel contextinfo op

Geen tijdverlies door discussie over criteria

Werk zit in de verwerking en interpretatie achteraf

Individueel of in groep?

Je kan je vragen meteen in de hele groep gooien en de waardeerders laten reageren. Zo werk je efficiënt (je laat niet iedereen hetzelfde werk doen) en zorg je voor interactie tussen de waardeerders. Anderzijds verhoogt deze aanpak de kans op sociaal wenselijke antwoorden omdat iedereen elkaars antwoorden hoort.

Soms kan het daarom handiger zijn om mensen voor een deel van de waarderingssessie eerst individueel te laten nadenken, alvorens hun input samen te brengen. Natuurlijk is dit geen of-of-verhaal. Je kan gerust beide combineren in een en dezelfde waarderingssessie.

In levende lijve of vanop afstand?

Vaak levert de directe interactie met andere belanghebbenden én met (items uit) de collectie wel de mooiste resultaten op. Maar doelgroepen met sterke digitale vaardigheden zijn bijvoorbeeld zeker gebaat bij het gebruik van sociale media. Een bijkomend voordeel van een bevraging op afstand is dat deelnemers vaak minder groepsdruk ervaren en minder sociaal wenselijk antwoorden.

Tegelijk kan het een manier zijn om efficiënt met tijd om te springen: een organisatorisch minder moeilijk te organiseren bevraging op afstand kan blootleggen waarover consensus bestaat en waarover niet, zodat je tijdens een gesprek in levende lijve kan focussen op die punten waarover de meningen sterk uiteen lopen.

In levende lijve

Vanop afstand

Een interview (een op een)

Een groepsgesprek

Een focusgroep rond een specifieke erfgoedwaarde

Via sociale media

Een groepswiki

Een enquête (online of op papier)

Tip: Met Google Forms kan je heel gemakkelijk online bevragingen maken.

Actieve of  passieve technieken?

Zet je alle waardeerders samen aan tafel of verdeel je bladen met vragen over het lokaal en laat je mensen rondlopen van papier naar papier? De eerste optie verloopt waarschijnlijk sneller en meer efficiënt, de tweede creëert meer dynamiek en schudt waardeerders wakker, ideaal om het middagdipje na de lunch te doorbreken.

En vervolgens?

Binnen elk van deze pistes kan je werken met:

Open vragen: je laat de deelnemer vrij in wat ze antwoorden, zodat je heel veel, uiteenlopende informatie blootlegt.

Wat vinden jullie het belangrijkste, waarom, hoe uit zich dat … ?

Gesloten vragen: hier stuur je het antwoord meer, waardoor je sneller tot een resultaat komt, ten koste van de diepgang en diversiteit van de antwoorden. Is bijvoorbeeld nuttig om te ontdekken of de meningen in dezelfde lijn liggen of net niet.

Ja/nee vragen, stellingen waarbij de deelnemer zich eens of oneens moet verklaren, “Wat vind je het belangrijkste: A of B” … ?

Het is aangewezen om de collectie fysiek bij de hand te hebben tijdens de waarderingssessie en niet enkel van een overzicht van de items in de collectie te vertrekken. Zeker voor belanghebbenden die wat verder van de collectie afstaan is het belangrijk om de collectie te ‘ervaren’.  Natuurlijk is het niet mogelijk om de gehele collectie fysiek aanwezig te hebben. Je zal dus een aantal items moeten kiezen. Hoe je deze selecteert, lees je in het inspiratiedossier Grote volumes waarderen.

Als alternatief kan je foto’s van items uit de collectie overwegen, bijvoorbeeld omdat je via virtuele weg laat waarderen of omdat de erfgoedbibliotheek als locatie niet geschikt is (geen centrale ligging, geen gepaste zaal …). Dit is wellicht vooral werkzaam voor inhoudelijke experten van de collectie geschikt, omdat zij de items makkelijker in het juiste referentiekader kunnen plaatsen.

 

Geïnteresseerd in enkele concrete technieken?

 

Wees flexibel!

Combineer verschillende pistes

Laat eerst via virtuele weg op basis van afbeeldingen de collectie waarderen, om vervolgens met de waardeerders in levende lijve op die items in te gaan waarover de meningen uiteen liepen.

Ga trapsgewijs te werk

Werk eerst met indirecte, gesloten vragen om de meningen in de groep te verkennen, om vervolgens meer direct te waarderen aan de hand van open vragen. Peil eerst naar de mening over een aantal items uit de collectie om daarna de sprong naar de collectie als geheel te maken.

Wissel participatietechnieken af

Begin met een ijsbreker zodat de deelnemers elkaar op een informele manier leren kennen. Doe vervolgens een individuele opdracht om daarna waardeerders in groep te laten discussiëren. Las  daarna een meer actieve werkvorm in, zodat de aandacht niet verslapt.

Vraag eventueel voorbereiding

Geef de waardeerders voor de sessie een vraag of opdracht mee rond de collectie (bijvoorbeeld: “Kies je persoonlijke favoriet uit deze lijst van items uit de collectie. Schrijf hierbij een korte kadertekst.” Zo komt iedereen meteen met de juiste mentale ingesteldheid naar de sessie.

  • Dossierpagina
  • |
  • 16-10-2019