Voordelen en keerzijden

Voordelen

  1. Doordat je meerdere, soms kritische stemmen samenbrengt, wint je waarderingstraject aan validiteit. Een gedragen intersubjectieve waardering staat immers sterker dan het oordeel van één enkeling.
  2. Je staat sterker naar beleidsmakers toe. Je kunt namelijk met meer recht van spreken aantonen waarom je een collectie broodnodig moet aankopen, digitaliseren, verhuizen naar betere bewaaromstandigheden … 
  3. Een participatief traject levert je bredere en andere kennis van je collectie op, doordat meer ogen nu eenmaal meer zien en anders kijken. Die kennis kan je aanwenden als basis voor beleidsbeslissingen, bijvoorbeeld door een beter begrip van de noden van gebruikers.
  4. Het betrekken van belanghebbenden helpt daarnaast bij het creëren van bewustzijn rond en draagvlak voor het erfgoed bij deze groepen.
  5. Je kan het ook zien als een manier om te netwerken, binnen je eigen organisatie, sector, regio …, en een vorm van gratis promotie voor het erfgoed dat je beheert. 

 

Een voorbeeld

Je wil je collectie valoriseren en bij een breed publiek bekendmaken, maar je hebt geen middelen om zelf grote tentoonstellingen te maken of je beschikt niet over voldoende budget noch tijd om een grootschalige communicatiecampagne rond je tentoonstelling op te zetten. Dan is het nuttig om erfgoedprofessionals aan je waarderingstraject (vb. stedelijke musea …) te laten participeren. Ze leveren niet enkel waardevolle input, maar leren meteen ook de collectie kennen en gaan misschien met goede ideeën of aanspreekpunten voor toekomstige samenwerkingen naar huis.

 

Participatief waarderen is een meerwaarde …

     ... voor wie zijn collectiebeleid wil verdiepen.

     ... voor wie de gebruikers van zijn collectie beter wil leren kennen.

     ... wie meer draagvlak en (politieke) steun voor zijn collectie wil verwerven.

     ... voor wie erfgoedprofessionals … kennis wil laten maken met zijn collectie.

Keerzijden

  1. Een participatieve aanpak is erg tijdsintensief door alle voorbereiding en overleg met bijbehorend gegoochel met agenda’s. Daarom is een heel uitgebreid participatietraject niet altijd een geschikte aanpak, zeker niet als je op erg korte termijn resultaat wilt boeken.
  2. Participatief waarderen vergt een goed inzicht in de belanghebbenden, terwijl deze kennis niet altijd voorhanden is en dus bijkomend onderzoek noodzaakt. Al vormt de opgedane kennis natuurlijk later wel een meerwaarde, dus het is zeker en vast geen verloren moeite.
  3. De belanghebbenden kunnen een zeer uiteenlopende achtergrond hebben, wat een one-size-fits-all-aanpak onmogelijk maakt. Je kan hierdoor niet alle belanghebbenden over dezelfde kam scheren, maar moet steeds op zoek naar de juiste formule. Dit maakt een participatief waarderingstraject vrij complex.
  4. Participatief waarderen levert enkel een goed resultaat op als de belanghebbenden écht betrokken worden. Wanneer je niets met de inbreng doet, dan loop je immers het risico dat mensen zich bedrogen voelen. Zo’n schijnparticipatie werkt zelfs contraproductief, doordat je hierdoor net het draagvlak voor je collectie ondermijnt. Participatie louter omwille van de participatie is dan ook ten alle koste te vermijden.
  5. Bijzonder waardevolle stukken kan je niet zomaar in de handen van elke belanghebbende geven. Je kan werken met digitale afbeeldingen, maar dan verlies je natuurlijk een deel van de waarde en ervaring van het erfgoed.

 

Wie participatief wil gaan waarderen …

     ... moet de belanghebbenden van de collectie goed in kaart brengen.

     ... moet steeds efficiënt met tijd en middelen omspringen en vertrekken van

         maatwerk.

     ... moet de waarderingssessies goed voorbereiden.

     ... moet de belanghebbenden echt betrekken en hen vanaf het begin expliciet het

         mandaat hiertoe geven, zodat je geen valse verwachtingen creëert.

 

  • Dossierpagina
  • |
  • 08-10-2019