Resultaten onderzoek cultuurparticipatie in Vlaanderen gepubliceerd

Voorpagina boek 'Participatie in Vlaanderen'

Op 9 februari 2011 heeft het Steunpunt Cultuur, Jeugd en Sport de eerste resultaten van de Participatiesurvey 2009 voorgesteld tijdens een studiedag in Gent. De survey, in opdracht van de Vlaamse overheid, liep van februari tot en met november 2009 en bevroeg 3.144 Vlamingen tussen 14 en 85 jaar over hun participatiegedrag. Tijdens de studiedag voor beleidsmakers, onderzoekers en de cultuur-, jeugd- en sportsector werden twee boeken voorgesteld die de eerste resultaten bundelen over hoe actief de Vlaming aan cultuur, jeugd of sport doet. 

Het eerste boek Participatie in Vlaanderen. Basisgegevens en kerncijfers van de Participatiesurvey 2009 verzamelt basisgegevens over het meetinstrument en het eerste cijfermateriaal. De Vlaamse overheid wil zich voor het voeren van haar beleids- en beheerscyclus ondersteund weten van cijfermateriaal over het gedrag en de attitudes van de Vlamingen. De onderzoekers voerden een representatieve steekproef bij 3.114 Vlamingen op basis van vragen als: Hoe staat het met de participatie? Wie participeert en wie niet? Waarom participeren bepaalde groepen meer of minder dan andere? Welke participatiepatronen bestaan er en hoe sporen die met leefstijlen? Met welke verwachtingen en motieven wordt geparticipeerd? Hoe hangt participatie samen met maatschappelijke oriëntatie? In welke sociale context wordt geparticipeerd? Hoe staat het met de participatie aan lokale voorzieningen? Hoe is de participatie in de voorbije vijf jaren geëvolueerd?

Het tweede boek Participatie in Vlaanderen. Eerste analyses van de Participatiesurvey 2009 bevat de eerste analyses van de participatiesurvey. Het boek schets algemene participatiecijfers voor kunsten en erfgoed, het lokale cultuuraanbod, het verenigingsleven en sport, analyseert de evoluties over een periode van vijf jaar en gaat uitgebreid in op het begrijpen van verschillen in participatiegedrag. De analyses leveren een fijnmazig inzicht in hoe het staat met participatie, hoe verschillen kunnen begrepen worden en op de mogelijke hefbomen voor een verhoogde participatie. De afzonderlijke hoofdstukken gaan in op de drempels voor cultuurdeelname en de perceptie van culturele activiteiten, virtuele cultuurconsumptie, participatie in de levensloop, consumentenuitgaven aan sport en cultuur en een economische analyse rond de niet-gebruikswaarde van sport en cultuur.

De onderzoekers kwamen onder meer tot volgende conclusies: 

  • De media, het middenveld en ouders spelen een doorslaggevende rol in de culturele bagage. Er bestaat nog altijd een grote ongelijkheid in cultuurdeelname naar opleidingsniveau, gezinssituatie, leeftijd en subjectief inkomen. Onderwijs blijft een belangrijke, vormende rol spelen, maar nieuwe media dienen zich ook aan.
  • Vergeleken met de cijfers van de cultuurparticipatie uit 2003-2004 is er een duidelijke stijging in het aantal mensen dat het internet gebruikt om zich te informeren over cultuur (van 32% naar 58%), om cultuurproducten te verwerven (van 19% naar 45%) en om cultuur te beleven via het internet (van 15% naar 21%).  De nieuwe media blijken het lezen niet te verdringen. Een hoog internetgebruik stimuleert integendeel om een boek vast te nemen.
  • Bij de 18- tot 34-jarigen zoekt meer dan 80% zijn cultuurinformatie online.
  • Mannen zijn 10% meer gaan lezen, maar de schoolgaande jeugd leest 10% minder dan in 2004.
  • Als het lidgeld van de bibliotheek zou verdubbelen, stijgt de opbrengst met 75% en daalt het aantal leden met 15%.
  • De cultuurcentra en de bibliotheken gaan erop achteruit in vergelijking met vijf jaar geleden. Het aantal mensen dat er in een halfjaar op bezoek kwam, daalt van 33 naar 28 procent voor cultuurcentra en van 36,6 naar 33 procent voor bibliotheken. ‘Verrassend en misschien verontrustend is wel dat het aandeel van de Vlaamse bevolking dat een bibliotheek bezoekt significant is afgenomen tussen 2004 en 2009,’ aldus de onderzoekers.
  • De onderzoekers merken een lichte afname wat de bezoeken aan literaire evenementen betreft. Daarom pleiten ze ervoor om op jonge leeftijd te beginnen met leesbevordering en -stimulering. Volgens de onderzoekers ligt de sleutel tot het bezoeken van een openbare bibliotheek bij het lezen zelf. 'En dat maakt van de beleidsopdracht een vicieuze cirkel: lezen stimuleert om naar de bibliotheek te gaan, en bibliotheekbezoek zet aan tot lezen.' De onderzoekers stellen dat lezen steeds meer een sociaal karakter lijkt te krijgen, onder meer door een toename aan boeken- en leesclubs. Er is ook een stimulerende rol weggelegd voor de interactie van bibliotheken met het verenigingsleven, bijvoorbeeld door het maandelijkse beschikbaar stellen van meerdere exemplaren van een boek of het inrichten van een leescafé voor die leesclubs.
  • De onderzoekers hebben ook gekeken naar factoren die een effect kunnen hebben op cultuurdeelname. Dat de opleiding en de gezinssituatie een positief effect hebben, was al langer bekend. Voor het eerst hebben de onderzoekers in beeld gebracht dat cultuureducatie een grote rol speelt, los van andere factoren. Wie op school (actief of receptief) met cultuur geconfronteerd wordt, heeft meer kans later aan cultuur te participeren.

Zie ook deze artikels van Bibliotheekblad.nl:

  • Nieuwsbericht
  • |
  • 14-02-2011
  • |
  • David Coppoolse (Vlaamse Erfgoedbibliotheken)