Van degradatie naar restauratie: het 13e-eeuwse koorboek van de Ter Doestabdij

Beschrijving van handschrift 307 in de catalogus van A. de Poorter

De Openbare Bibliotheek van Brugge heeft haar Ms. 307 laten restaureren. Dit middeleeuws manuscript, een missaal uit de 13de eeuw, is afkomstig uit de cisterciënzerabdij Ter Doest. Zonder de ingreep zou het zwaarbeschadigde handschrift steeds verder degraderen.

Net als honderden andere Ter Doesthandschriften kwam het manuscript in de jaren 1600 in het bezit van de 'nieuwe' abdijbibliotheek van Ten Duinen in Brugge, en vanaf 1797 in de bibliotheek van de Brugse Ecole Centrale, de voorloper van de Openbare Bibliotheek van Brugge.

Liturgische teksten

In de middeleeuwen is dé abdijbibliotheek een fictie. Binnen een monastieke omgeving functioneerden verschillende collecties boeken. Een vaste waarde vormden de liturgische boeken in functie van de H.-Mis en van het koorgebed. Zij werden bijgehouden in de sacristie of in de onmiddellijke omgeving van de abdijkerk. Het belangrijkste boek voor de H.-Mis was het missaal. Het brevier (breviarium) was dan weer hét boek voor het koorgebed of officie. Tot in de vorige eeuw waren misliturgie en koorgebed uitsluitend in het Latijn.

Handschrift 307 is een diurnale, een bijzondere vorm van het brevier die - naast de liturgische kalender voorin het boek - de teksten voor alle koorgebeden bevat, behalve die voor het uitgebreide nachtofficie of metten. Bij de cisterciënzers was het koorgebed toegespitst op de bijzondere liturgie van de orde.

Vanaf de 16de eeuw werden de boeken voor het officie ook en vooral in gedrukte vorm verspreid. Dit verklaart waarom handgeschreven koorboeken na 1500 op grote schaal werden gesloopt en vandaag in de vorm van maculatuur (fragmenten) in erfgoedcollecties worden aangetroffen.

Bewaring en fysieke toestand

Dat een diurnale uit de 13de eeuw uit een 'Brugse' monastieke instelling bewaard is gebleven, is uitzonderlijk. Algemene gebruikssporen, de 15de-eeuwse boekband, de op latere tijdstippen aangevulde kalender en vooral talrijke leeshulpen (in de vorm van klavieren) doorheen het boekblok geven aan dat dit boek vele eeuwen in gebruik bleef, wellicht ook na de middeleeuwen.

Dit biedt een verklaring voor de bewaring ervan, en ook voor de bijzonder slechte fysieke toestand van het boek. Vooral de houtwormaantasting was hier de boosdoener, met als gevolg een zwaar aangetaste 19de-eeuwse rugbekleding en een volledig los boekblok (18 katernen genaaid op 5 bindingen). Bovendien was het boekblok zwaar vervuild en beschadigd (scheuren, lacunes, valse plooien).

Restauratie

Handschrift 307 was een zwaar beschadigd handschrift dat zonder ingrijpen steeds verder zou degraderen. De restauratie zette in op de bovenvermelde belangrijke schades: algemene gebruikssporen, houtwormaantasting, en zware vervuiling en beschadiging. 

Dit gebeurde in verschillende stappen: het droogreinigen van band en boekblok, het verwijderen van de 19de-eeuwse (?) rug en 'recente' lijm, het herstellen van scheuren, lacunes en plooien, en het hernaaien van de losse katernen. Het rugleder dat in de tweede fase werd verwijderd, werd niet vervangen. Wel werden de fel aangetaste hoeken van de houten platten licht verstevigd met zelfgemaakte pasta van houtstof en tylose-lijm. De restauratie werd uitgevoerd door Martine Eeckhout, zelfstandig restaurator in Brugge.

  • Nieuwsbericht
  • |
  • 07-03-2016
  • |
  • Webredactie (Vlaamse Erfgoedbibliotheek)