Eén jaar schaderegistratie met UPLA

Universal Procedure for Library Assessment UPLA

Ongeveer een jaar geleden voerde de Openbare Bibliotheek van Brugge als eerste bibliotheek een UPLA-traject uit. Dankzij de Universal Procedure for Library Assessment krijgen bibliotheken op een eenvoudige en snelle manier een beeld van de fysieke staat en raadpleegbaarheid van hun erfgoedcollecties. Naast een gewone screening, was dit traject in Brugge ook een opleidingsweek voor vijf conserveringsexperten. Sindsdien staan deze UPLA-deskundigen klaar om bibliotheken te begeleiden bij de uitvoering van het model.

UPLA wordt uitgevoerd door de medewerkers van een bibliotheek, die hiervoor samenwerken met één van onze vijf deskundigen. Deze medewerkers hoeven niet noodzakelijk geschoold te zijn in de preservering of conservering van bibliotheekcollecties. In een kort vormingstraject leren we hen hoe ze UPLA moeten toepassen. Daarin besteden we onder meer aandacht aan de correcte toepassing van het model, materiaalkennis, boekterminologie en het herkennen van schadebeelden.

Trajecten

In het najaar van 2015 en in de eerste helft van 2016 gingen zeven bibliotheken met UPLA aan de slag om de schadebeelden in hun erfgoedcollecties te inventariseren. Voor sommige bibliotheken was er een concrete aanleiding om UPLA uit te voeren (bv. de verhuis naar een nieuw depot). Andere collectiebeheerders wilden met UPLA een algemeen beeld van de staat van hun collecties krijgen, en op basis van deze status quaestionis eeEen bibliotheekmedewerker van de Plantentuin in Meise beoordeelt de fysieke toestand van een  boek uit de steekproef. Foto Nicole Hanquartn verbeterbeleid ontwikkelen.

Na de screening ontvangen alle bibliotheken een gedetailleerd eindrapport van de deskundige, waarin de resultaten worden besproken en geduid. Ook geven de deskundigen aandachtspunten en aanbevelingen mee om de materiële staat van de collectie te stabiliseren of verbeteren. Het rapport is geen gedetailleerd uitgewerkt conserveringsplan, het vormt wel de aanzet om hier werk van te maken. Het kan ook een element zijn in de aanvraag van een kwaliteitslabel of om het bestuur en (externe) subsidieverleners te overtuigen van de noodzaak aan investeringen in conservering en preservering.

Een overzicht van de trajecten in 2015-2016:

Analyse

Vijf van deze trajecten zijn inmiddels volledig afgerond. Uit de resultaten blijkt dat de nood en urgentie aan bijkomende preserverende en conserverende impulsen groot is:

  • In alle bibliotheken vertoont minstens 70% van de collectie tenminste één vorm van schade.
  • In 4 bibliotheken is 35% of meer van de collectie ernstig beschadigd, wat wil zeggen dat de objecten grotendeels of volledig zijn aangetast door één of meerdere schadevormen.
  • In 4 bibliotheken is 10% tot 30% van de collectie niet meer raadpleegbaar. De minste manipulatie van deze objecten zorgt ervoor dat de schade verergert.
  • In 4 bibliotheken zijn de collecties voor meer dan de helft aangetast door autonoom verval zoals de verzuring van papier. Deze tikkende tijdbom bedreigt ons collectieve geheugen.

Alle screenings leveren een grote hoeveelheid data op, die niet alleen voor de individuele collectiebeheerders interessant zijn. Op termijn willen we, samen met FARO, een gedetailleerde analyse uitvoeren op alle UPLA-screenings. Dit overkoepelend initiatief kan niet alleen gebruikt worden in functie van benchmarking, maar zal ook dienen voor de opmaak en analyse van beleidsaanbevelingen gericht aan de overheid.

UPLA in uw bibliotheek?

Bent u ook benieuwd welke schadevormen er in uw bibliotheek aanwezig zijn? Dat kunt u met UPLA snel en efficiënt te weten komen. Alle informatie en documenten over UPLA vindt u op upla-model.be. Heeft u vragen? Neem dan contact op met de Vlaamse Erfgoedbibliotheek via +32 3 338 87 92 of info@vlaamse-erfgoedbibiotheek.be.

  • Nieuwsbericht
  • |
  • 20-07-2016
  • |
  • Sam Capiau (Vlaamse Erfgoedbibliotheek)